Wel of niet vertellen over mijn autisme?
16 juli 2016
Een echt mens
17 juli 2016

Hoe vertel ik anderen over mijn autisme?

Vraag

 
Ik heb besloten dat ik anderen ga vertellen over mijn autisme. Misschien ga ik het aan mijn zus vertellen, omdat ik het belangrijk vindt dat zij erover weet. Of aan mijn klas, omdat mijn klasgenoten dan beter rekening met me kunnen houden. Maar hoe doe ik dat: vertellen over mijn autisme? Hoe organiseer ik mijn 'coming aut'? 

Stap 1: de voorbereiding

nummer11

Ik denk van te voren na over belangrijke vragen, zoals:

Heb ik hulp nodig?
Vertellen over je autisme kan best lastig zijn. Soms weet ik niet goed wat ik nu wel of niet moet vertellen. Dan kan ik hulp vragen van een familielid, een begeleider of iemand anders die ik vertrouw. Soms kennen zij de ander ook. Misschien kunnen ze me helpen om me goed voor te bereiden. En als ik hulp krijg, dan bedenk ik me af en toe of ik nu steeds hulp nodig heb of dat ik nu eigenlijk zelf wel kan. En of de hulp die ik krijg me eigenlijk wel helpt. Soms willen mensen me graag helpen, maar helpt niet alles wat ze doen. Het is tenslotte mijn coming aut!
Gebruik ik het woord 'autisme' of een ander woord?
Als ik besloten heb om over mijn autisme te vertellen, dan betekent dat niet perse dat ik ook het woord 'autisme' moet gebruiken. Ik kan er voor kiezen om wel te vertellen over waar ik last van heb, maar het anders te noemen. Ik noem het bijvoorbeeld een "informatieverwerkingsprobleem", "prikkelgevoeligheid", "sensorische overbelasting", "contextblindheid" of een andere term die bij me past. De mensen die ik over mijn autisme vertel weten waarschijnlijk wel iets van autisme. Ze hebben er een beeld bij. Maar dat beeld kan heel anders zijn dan wat autisme bij mij is. Dan is het soms duidelijker als ik een ander woord gebruik. Een ander woord gebruiken kan me ook helpen om preciezer aan te geven waar ik last van heb.
Wat betekent mijn autisme voor mij?
Als ik anderen vertel over mijn autisme, dan vragen ze mij vaak hoe ik het nu vindt om de diagnose te hebben. Of ze vragen: Waar heb je dan last van? Dat zijn persoonlijk vragen. Ikzelf kan daar het beste antwoord op geven. Maar het zijn misschien ook lastige vragen voor mij. Daarom denk ik er van te voren over na, zodat ik weet wat ik wil zeggen als ik die vragen krijg.
Waar ben ik goed in, juist omdat ik autistisch ben?
Als ik graag wil dat anderen goed begrijpen wat autisme is, kan het helpen wanneer ik niet alleen vertel over dingen waar ik meer moeite mee heb of waar ik meer last van heb dan anderen. Ik vertel dan ook over dingen die ik juist goed kan. Vaak noemen mensen autisme een 'stoornis' of een 'probleem'. Dat legt de nadruk op wat autisten niet goed kunnen. Maar de meeste autistische mensen kunnen sommige dingen juist veel beter dan anderen, juist omdat ze autistisch zijn. Veel mensen weten dat niet. Daarom helpt het als ik van te voren nadenk over wat ik juist goed kan.
Wat zou ik graag van de ander willen vragen?
Als ik anderen vertel over mijn autisme, kan het helpen als ik er van te voren over nadenk wat ik er eigenlijk mee wil bereiken. Ik kan bijvoorbeeld aan mijn klas vragen: "Zijn jullie bereidt om mij te helpen? Willen jullie me steunen waar ik het nodig heb?" Als ik het aan mijn zus vertel, kan ik misschien vragen "Wil je gewoon mijn zus blijven? Dan blijf ik gewoon jouw broer." En misschien wil ik haar om hulp vragen: "Ik wil het ook graag aan pappa en mama vertellen. Wil je er bij zijn als ik het hen vertel?"
Wat is een goed moment en een goede plaats om het te vertellen?
Als ik graag zonder drukte om me heen en zonder tijdsdruk over mijn autisme te kunnen vertellen, helpt het als ik er van te voren over nadenk waar en wanneer ik het vertel. Als ik het aan mijn zus vertel kan het misschien beter niet doen als mijn kleine neefje er ook bij is. Die leidt ons dan steeds af. Als ik het aan mijn klas vertel is Wereld Autisme Dag misschien een leuk moment voor mijn Coming Aut. Allemaal autistische mensen over heel de wereld vertellen op die dag aan anderen wat autisme voor hen betekent.

Stap 2: de uitvoering

nummer22
Ik geef ruimte voor vragen en antwoorden
Vaak helpt het bij het vertellen als ik niet alleen zelf aan het woord ben, maar ook vragen stel aan de ander en ruimte geven voor vragen van hun kant. Ik kan mijn klas bijvoorbeeld vragen, "Wat weet jullie over autisme?" Dan kan ik daar rekening mee houden in mijn verhaal. Of ik vraag mijn zus: "Wat vindt je ervan om dit te horen, dat ik autisme heb?" Mijn klas kan mij bijvoorbeeld vragen: "Sinds wanneer weet je het? Is het al vroeg ontdekt of pas recent?" En mijn zus kan bijvoorbeeld vragen: "Als jij het hebt, betekent dat dan dat ik het ook heb?"
Ik bedenk me hoe ik reageer
Wanneer ik van mijn zus of mijn klasgenoten vragen krijg hoef ik die niet altijd ook te beantwoorden. Als ik het antwoord niet weet kan ik zeggen dat ik het ook niet weet. Als ik liever geen antwoord geef op de vraag zeg ik: "Daar geef ik liever geen antwoord op." Het kan ook zijn dat ze me vragen stellen waar ik boos van wordt. Lees de blog, "Hoe ga ik om met de typische reacties van mensen op mijn 'coming aut'?"
Ik geef duidelijk aan of ze het door mogen vertellen of niet
Als ik mijn zus vertel over mijn autisme. wil ik misschien niet dat ze het ook aan mijn broer vertelt. Daarom vertel ik de ander duidelijk of ze het wel of niet mogen doorvertellen en aan wie, zodat ze het niet per ongeluk vertellen aan iemand waarvan ik niet wil dat die het weet. Ik zeg bijvoorbeeld, "Ik wil graag dat je het alleen aan familie vertelt." Of ik zeg: "Ik ben er heel open over, dus als je het aan anderen wilt vertellen dan vindt ik dat prima." Of ik zeg: "Je mag het doorvertellen, maar ik heb liever niet dat je het woord autisme gebruikt."

Stap 3: de opvolging

nummer33
Ik bespreek met anderen hoe het ging
Na afloop denk ik er over na hoe het ging. Maar hoe ik het vond gaan, is niet altijd hoe anderen het ook zagen. Daarom helpt het vaak als ik met iemand anders bespreek hoe het ging. Ik praat er bijvoorbeeld over met mijn moeder. Of ik het vertel het een vriend. Die kan me meestal helpen om te bedenken wat ik misschien beter wel of niet had kunnen zeggen. Of hoe ik er ook naar kan kijken. Zo wordt ik er meer rustig van.
Ik erken eventuele negatieve gevoelens en bedenk helpende gedachten
Wanneer mensen niet leuk reageren is het heel begrijpelijk dat ik me verdrietig, boos of afgewezen voel. Het helpt me als ik dat voor mezelf erken, ook wanneer de ander dat misschien niet deed. Ik zeg dan tegen mezelf: "Ik ben er boos over dat hij dat zei." Of: "Het doet me verdriet dat ze daar om gingen lachen." Ook kan ik denken aan dingen waardoor ik me beter ga voelen. Ik denk: "Het is eigenlijk best begrijpelijk dat de ander zo reageert. Misschien zou ik zelf ook wel zo reageren als iemand mij zoiets zou vertellen. Iedereen heeft zo zijn vooroordelen en gebrek aan kennis." Of ik zeg tegen mezelf: "Het ging misschien niet zo goed als ik gehoopt had, maar ik heb mijn best gedaan. Ik ben trots op mezelf."

Conclusie

 

Ik vertel anderen over mijn autisme. Voordat ik het vertel denk ik na over belangrijke vragen. Bij het vertellen geef ik ruimte voor vragen. Na afloop praat ik er over hoe het ging. Coming aut is best spannend, maar ook goed om te doen!

 
 
Mijn angst voor afwijzing door openheid bleek na afloop niet terecht. Na mijn coming aut ben ik ook in mijn dagelijks leven veel opener geworden over mijzelf en mijn autisme.

Vlinder

 

Geef een reactie

Send this to friend

Hoi, dit ken je de website Hoe vertel ik anderen over mijn autisme?? Deze pagina lijkt me interessant voor jou: https://www.autismevriendelijknederland.nl/vragen/hoe-vertel-ik-anderen-over-mijn-autisme/