Emotiegerichte therapie (EFT)
10 februari 2017
Mentalisatie Bevorderende Therapie (MBT)
11 februari 2017

Belang

 
De mentalisatietheorie van autisme kan worden afgeleid van het werk van Peter Fonagy. De theorie stelt dat autisme de ontwikkeling van het reflecterend vermogen kan ondermijnen, maar dat het ook kan zijn dat het reflecterend vermogen wel ontwikkeld is, maar door een verlies van basisvertrouwen steeds weer verloren gaat in de context van behoeften aan nabijheid. Deze theorie komt overeen met de ervaring dat veel autisten zich op een heel basaal niveau niet veilig voelen in de wereld waarin ze leven, wat een belangrijke verklaring is voor rigide gedrag.
 

Autismepaspoort

 
Naam theorie Mentalisatie Theorie
Auteur Peter Fonagy
Beroep klinisch psycholoog
Instelling University College London
Nationaliteit Groot-Brittanië
Medestanders Extreme Situaties
Tegenstanders Geestesblindheid
 

Stellingen over mentalisatie

1
'Reflectief functioneren' of 'mentaliseren' is het proces waarin we zowel onze eigen toestanden als die van anderen in gedachten houden terwijl we reageren op onze eigen ervaring. Wanneer je bijvoorbeeld veranderingen in je lichaam waarneemt die als 'van binnen koken' voelen, vorm je je een beeld van jezelf als iemand die boos is maar die de relatie met de ander niet wil beschadigen door ook boos te gaan doen. Dit stelt je in staat om zowel betekenis te geven aan je ervaring als er afstand van te nemen. Mentalisatie is dus belangrijk voor onze zingeving en zelfregulatie.
2
Emotioneel gezien is mentaliseren een combinatie van bewustzijn van je eigen emoties en je inleven in de emoties van anderen. Dit vermogen is niet aangeboren, maar wordt sociaal ontwikkeld. Daarvoor is het kind afhankelijk van een hechtingsrelatie. Wanneer het kind zich angstig of verdrietig voelt, zoekt het contact met de vertrouwde verzorger (moeder). Die stemt haar reactie af op het kind en zo vindt het kind de eigen emoties weerspiegeld in haar reactie. Op deze wijze leert het kind zichzelf en de ander begrijpen.
3
Wanneer je als kind leert om je naar anderen toe te wenden om jezelf te begrijpen zul je ook als volwassene andere mensen opzoeken om mee te praten wanneer je even 'jezelf niet bent'. Door te praten met een ander die 'jouw hart op het hart heeft' begrijp je jezelf beter.
4
Cognitief gezien is mentaliseren iets waar mensen een uniek vermogen als ook een unieke noodzaak toe hebben. Door de mogelijkheid van het delen van kennis zijn mensen in staat om dingen te leren zonder ze zelf te hebben ervaren. Dit is een groot voordeel, maar heeft ook als nadeel het risico op schade door misleidende informatie.
5
Daarom is het essentieel voor het overleven om te weten wie je kunt vertrouwen en wie niet. Het eerste stadium van de psychosociale ontwikkeling bestaat dan ook uit het ontwikkelen van een gezonde balans tussen vertrouwen en wantrouwen. Bij vertrouwen staat onze leerpoort open, maar bij wantrouwen gaat die deur dicht.
6
Kinderen zijn daarom sterker geneigd om te leren van mensen met wie ze een hechtingsrelatie hebben dan van vreemden. Voor kinderen is de beschikbaarheid en responsiviteit van familieleden niet alleen een teken dat het fysiek veilig is om je aan deze mensen over te geven, maar ook dat de informatie die zij geven relevant en correct is. Naast een emotioneel basisvertrouwen ontwikkelt het kind zo ook een cognitief basisvertrouwen, dat de informatie afkomst van vaste verzorgers belangrijk en betrouwbaar is, en verder niet rigoureus getest hoeft te worden.

Stellingen over niet-mentaliserende toestanden

1
Reflectief functioneren kent twee alternatieven. Het eerste alternatief is het blijven hangen of terugvallen in de eerdere fase van 'concreet-operatief functioneren'. Het tweede is te ver doorschieten in de volgende fase van 'abstract functioneren'.
2
Operatief functioneren kan zich uiten in somatosatie. Je gebruikt dan (bewust of onbewust) je lichaam om uiting te geven aan je gedachten en gevoelens. Dit doet zich bijvoorbeeld voor bij selectief mutisme, anorexia en zelfbeschadiging. Dit zijn alle drie veel voorkomende bijverschijnselen bij autisme, die zich met name tijdens de adolescentie voordoen.
3
Operatief functioneren kan zich ook uiten in literalisatie. Je neemt dan alles wat mensen zeggen letterlijk en hebt moeite met beeldspraak, grapjes en andere vormen van niet-letterlijk taalgebruik. Dit doet zich vaak voor bij mensen met autisme en een bijkomende taalontwikkkelingsstoornis.
4
Abstract functioneren kan zich uiten in emotionalisatie. Je reageert dan sterk emotioneel, terwijl je emoties geen basis hebben in het hier en nu. Wat je voelt of naar buiten brengt heeft dan geen relatie met de werkelijkheid, in de zin dat er hier en nu geen reden is om boos te worden, te gaan huilen of in paniek te raken. Dit doet zich voor bij angst-, paniek- en woedestoornissen. Ook dit zijn vaak voorkomende bijverschijnselen van autisme.
5
Abstract functioneren kan zich ook uiten in rationalisatie. Je kunt dan eindeloos vertellen over je gedachten, zonder dat die raken aan je persoonlijke herinneringen en gevoelens. Of je denkt eindeloos over dingen na (piekeren), zonder dat die gedachten bijdragen aan je vermogen om adequaat te reageren op je omgeving. Wat je zegt of denkt is losgemaakt (geabstraheerd) van je lichaam, je emotie en je beleving als de basis van waaruit je spreekt of denkt. Dit doet zich voor bij depressie en depersonalisatie, waarbij je je leeg voelt en spreekt over 'men' in plaats van over 'ik'.
6
Mentalisatieproblemen bij autisme kunnen verschillende oorzaken hebben. (1) De ontwikkeling kan zijn blijven steken in het somatosensorisch functioneren, zoals bij autisten met een zware verstandelijke beperking. (2) Het symbolisch denken kan slecht ontwikkeld zijn, zoals bij autisten met een taalontwikkelingsstoornis. (3) Het reflectief functioneren kan in absolute zin normaal ontwikkeld zijn, maar in bepaalde contexten verloren gaat als verdediging tegen emotionele overspoeling.
7
Het verlies van het emotionele en cognitieve basisvertrouwen en heeft een sterk desorganiserend effect op de geest. Het uit zich onder anderen in rigide gedrag, waarbij onvoorspelbare ervaringen vermeden worden en het leven zo voorspelbaar mogelijk wordt ingericht.
8
Hechtingstrauma bestaat in een automatische koppeling van de activatie van de behoefte aan nabijheid aan hyperactivatie van lichamelijke pijn-, angst- of woedereacties, waardoor je overspoeld wordt met negatieve emoties en je reflecterend vermogen gedeactiveerd wordt. Dit uit zich onder anderen in persoonlijkheidsstoornissen en relatieproblemen.
9
De 'autistische gemoedstoestand' kan gezien worden als een emotioneel intense, pijnlijke en eenzame gemoedstoestand, omdat je er geen contact kunt maken met de reflecterende en uitreikende kant van jezelf, waardoor er geen betekenisgeving is, geen contact met de ander en geen zicht op het voorbijgaande karakter van de toestand. Een dergelijke gemoedstoestand is dan ook een grote risicofactor voor zelfmoord.

Ontwikkeling

  • 1900Freud

    In The Interpretation of Dreams verwijst de Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud naar "tijdelijke regressie" als een tijdelijke terugval in een eerdere fase van psychologische ontwikkeling. In situaties van stress kunnen mensen hun normale manier van functioneren loslaten en zich als verdediging tegen ongewenste gedachten of impulsen terugtrekken tot meer primitieve gedragspatronen, die ze eerder in hun ontwikkeling gebruikten.
  • 1936Piaget

    In het boek The Origins of intelligence in Children beschrijft de Zwitsers psycholoog Jean Piaget als eerste op systematische wijze de cognitieve ontwikkeling van kinderen. Deze ontwikkelen bestaat uit het bereiken van het vermogen om (1) mentale representatie te vormen van een object (mentaliseren), waardoor het mogelijk wordt om te begrijpen dat een object nog steeds bestaat, ook al kun je het niet meer zien (objectpermanentie), (2) gebruik te maken van tekens die verwijzen naar iets anders dan zichzelf (symbolisch denken), (3) het perspectief van een ander aan te nemen (het tegenovergestelde van egocentrisch denken) en (4) na te denken over abstracte concepten en veronderstellingen te testen (formeel operationeel denken).
  • 1943Maslow

    In het boek A Theory of Human Motivation maakt de Amerikaanse klinisch psycholoog Abraham Maslow onderscheid tussen vijf niveau's van menselijke behoeften, waaronder de basisbehoefte aan veiligheid. Maslow noemt dit een basisbehoefte, omdat een gebrek aan vervulling in deze behoefte vervulling van hogere behoeften in de weg staat. Later schaart Maslow de behoefte aan voorspelbaarheid en zingeving onder een aparte, hogere categorie van cognitieve behoeften.
  • 1944Asperger

    In Die „Autistischen Psychopathen” im Kindesalter stelt de Oostenrijkse kinderarts Hans Asperger dat "de logisch-abstractie" in hoog-functionerende autistische kinderen "tot het extreem gestegen" is.
  • 1946Klein

    In het artikel 'Notes on some schizoid mechanisms' introduceert de Oostenrijks-Britse ontwikkelingspsycholoog Melanie Klein de 'paranoïde-schizoïde positie'. Klein spreekt van een 'positie' omdat het niet gaat om een 'fase' van ontwikkeling die het kind op een gegeven moment ontgroeid, maar om een manier van omgaan met jezelf en anderen die nooit volledig opgegeven wordt en op elk moment weer geactiveerd kan worden. Op latere leeftijd gaat het bij een 'positie' dus om een voorbijgaande regressieve gemoedstoestand, die vooral bij stress geactiveerd wordt.
  • 1950Erikson

    De Duits-Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog Erik Erikson publiceert het boek Childhood & Society, waarin hij zijn theorie over de psychosociale ontwikkeling van het kind introduceert. Erikson maakt onderscheid tussen verschillende ontwikkelingsstadia, waarbij elk stadium bestaat uit een uitdaging in het balanceren tussen twee extremen. In de eerste fase moet, voor het ontwikkelen van "hoop", zowel "wantrouwen" als "vertrouwen" begrepen en geaccepteerd worden.
  • 1960Benda

    In een boek over verstandelijke beperking stelt C.E. Benda dat de oorzaak van autisme bestaat in een onvermogen tot abstract denken. "In het onderscheiden van autisme van andere vormen van mentale stoornissen moeten we zeggen dat het autistische kind niet mentaal achterlijk is in de gebruikelijke zin van het woord, maar een kind met een inadequate vorm van mentalisatie, die zich manifesteert in het onvermogen om symbolische vormen te hanteren en een abstracte houding aan te nemen. "Deze kinderen hebben een specifieke stoornis in de abstractie, wat een belangrijk onderdeel is van menselijke intelligentie, maar niet hetzelfde is als verstandelijke beperking."
  • 1963Marty & de M’Uzan

    In het artikel La pensée opératoire introduceren de Franse psychoanalytici Pierre Marty en Michel de M'Uzan het concept "operatief denken" als een manier van psychische functioneren waarbij het vermogen tot symbolisch denken ontbreekt. Operatief denken kan tot psychosomatisch symptomen leiden in de zin dat patiënten hun aandacht richten zich op de symptomen van hun lichaam in plaats van hun emoties of gedachten. Patiënten kunnen vaak moeilijk woorden vinden om hun emoties uit te drukken. Dit fenomeen wordt ook wel alexithymie genoemd, een bijverschijnsel dat bij zo'n 50% van de autisten voorkomt.
  • 1967Bettelheim

    De Amerikaanse filosoof Bruno Bettelheim publiceert het boek The Empty Fortress. Even als Fonagt stelt Bettelheim dat verwijtbare verwaarlozing slechts een van de mogelijke oorzaken is voor het ontstaan van een verlies van basisvertrouwen. Een andere oorzaak is de neurobiologische kwetsbaarheid van het kind, waarbij autistische belichaming één van de risicofactoren is.
  • 1969-1980Bowlby

    In de driedelige serie Attachment and Loss (1969, 1973, 1980) beschrijft de Britse psychiater John Bowlby het proces van The making and breaking of affectional bonds (1979) en het ontwikkelen van A secure base (1980). Met deze "hechtingstheorie" biedt Bowbly een verklaring voor de stoornissen die ontstaan in de ontwikkeling van de persoonlijkheid als gevolg van ongewenste scheiding en verlies van mensen aan wie we gehecht zijn. Bowlby beschrijft hechting als "de neiging van mensen om sterke affectieve banden te vormen met specifieke anderen".
  • 1984Kernberg

    In het boek Severe Personality Disorders: Psychotherapeutic Strategies stelt De Oostenrijks-Amerikaanse psychoanalist Otto Kernberg dat de kern van de borderline persoonlijkheidsorganisatie bestaat in het ontbreken van het vermogen om zichzelf en anderen op een geïntegreerd en emotioneel betekenisvolle wijze waar te nemen. Hoewel de egofunctie (realiteitstoeting) bij patiënten met borderline intact is, kan deze onder stress tekortschieten.
  • 1985Baron-Cohen

    In het artikel Does the autistic child have a "theory of mind"? introduceert de Britse psycholoog Simon Baron-Cohen zijn theorie over autisme als geestesblindheid: de hypothese dat autisme gekenmerkt wordt door een onvermogen tot mentaliseren dat verooorzaakt wordt door structurele defecten in bepaalde hersengebieden. De mentalisatie theorie stelt echter dat het in psychopathalogie niet perse gaat om de totale afwezigheid van mentaliserend vermogen als wel om het verlies daarvan in bepaalde contexten. Reflectief vermogen is zowel een stabiele eigenschap als een veranderende gemoedstoestand, die afhangt van de situationele en relationele context.
  • 1989Fonagy

    In het artikel On tolerating mental states: Theory of mind in borderline patients gebruikt de Hongaars-Britse klinisch psycholoog Peter Fonagy de term 'mentalisatie' voor het eerst in relatie tot de ontwikkeling van de borderline persoonlijkheidsstoornis. Problemen in de mentale verwerking in borderlinetoestanden waren al wel eerder opgemerkt, maar niet in termen van een verlies van mentaliserend vermogen dat verband houdt met de vroege ontwikkeling. Ook de geschiedenis van onveilige hechting in borderlinepatiënten was eerder opgemerkt, maar niet in verband met een gebrek aan ontwikkeling van mentaliserend vermogen.
  • 1991Fonagy e.a.

    In het artikel The capacity for understanding mental states: The reflective self in parent and child and its significance for security of attachment stelt Fonagy dat de ontwikkeling van mentaliserend vermogen op 4-jarige leeftijd niet simpelweg ontstaat als gevolg van de ontwikkeling van het brein, maar als uitkomst van een proces waarin de kwaliteit van de vroege object- of hechtingsrelaties van cruciaal belang is.
  • 1997Fonagy & Target

    In het artikel Attachment and reflective function: Their role in self-organization stelt Fonagy dat het voor het vaststellen van mentalisatieproblemen niet voldoende is om in onderzoek of behandeling het algemene mentaliserend vermogen te beoordelen of de activiteit in de betrokken hersengebieden te meten, zonder daarbij aandacht te besteden aan de context. Er kan sprake zijn van een typisch ontwikkeld mentaliserend vermogen, terwijl dit vermogen verloren kan gaan in relationele contexten waarin maladaptieve schema's geactiveerd worden.
  • 2007Skårderud

    In deel 1, deel 2 en deel 3 van de serie Eating One's Words stelt de Noorse psychiater Finn Skårderud dat psychopatalogie bestaat in terugval van representatief denken ('symbolisation') naar fysiek denken ('literalisation') als reactie op de dreiging van interne fragmentatie. In deze letterlijke modus functioneert de belichaming van de patiënt (het fysieke) als brongebied voor het heel concreet vorm en expressie geven aan emoties en gedachten (het mentale). Lichamelijke toestanden representeren de mentale toestanden van de patiënt. Wanneer de mentale werkelijkheid slecht geïntegreerd is neemt het lichaam een excessief centrale rol aan in de handhaving van de continuïteit en samenhang van de zelf.
  • 2007Sharp e.a.

    In het boek Social Cognition and Developmental Psychopathology draagt Simon Baron-Cohen een hoofdstuk bij over geestesblindheid bij mensen met autisme en Fonagy een over mentalisatie bij mensen met borderline. In het inleidende hoofdstuk classificeren de samenstellers Baron-Cohen zijn model als intrapersoonlijk (focus op processen binnen de persoon zelf, zoals aandacht) en biologisch (nadruk op een genetische blauwdruk en neurobiologische oorzaken). Daarmee staat het tegenover het model van Fonagy, dat de kwaliteit van sociale cognitie ziet als afhankelijk van de sociale context en de ontwikkeling ervan als gedreven door sociale interacties (interpersoonlijk, contextueel). De behandeling die Baron-Cohen voorstelt richt zich dan ook op gecomputeriseerde vaardigheidstraining, terwijl de behandeling die Fonagy voorstelt plaatsvindt binnen een therapeutische relatie.

Auteur

Peter Fonagy (1952) is een Hongaars-Britse klinisch psycholoog en de grondlegger van de Mentalisatie Bevorderende Therapie (MBT).

"Het probleem met mentalisatie wordt vaak verkeerd begrepen," legt Fonagy uit. "Mentalisatie is een heel gewoon proces en vrijwel iedereen is ertoe in staat. Het probleem is dat dit vermogen in bepaalde situaties en relaties verloren kan raken. Het gebeurd mij zelf ook, als ik in het donker met mijn vrouw in de auto zit op een onbekende weg. Dan kan ik letterlijk en figuurlijk de weg kwijt raken."

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
In autismevriendelijk Nederland is aandacht voor de functie die rigide gedrag voor autistische mensen heeft en voor het gevoel zich 'niet veilig te voelen' als mogelijke oorzaak van dit gedrag. Naast de emotionele kant van 'autistische onveiligheid' is ook aandacht voor de cognitieve kant ervan, als een gevoel van bedreiging die voortkomt uit het niet begrijpen van anderen en het niet begrepen worden door anderen. Daarnaast is in de prognose, opvoeding en behandeling van autistische kinderen aandacht voor mogelijkheden voor vooruitgang, die kan plaatsvinden op het moment dat autisten gespiegeld en begrepen worden in plaats van gedwongen om anderen te spiegelen en in hun denkvermogen teveel gericht worden op het begrijpen van anderen.
 

Comments are closed.

Send this to friend

Hoi, dit ken je de website Autisme als verlies van basisvertrouwen? Deze pagina lijkt me interessant voor jou: https://www.autismevriendelijknederland.nl/theorie/beschrijvend/autisme-als-verlies-van-basisvertrouwen/