Laatst gewijzigd: 26 februari 2018

  • 1797Jean-Marc Itard

    De Franse arts Jean-Marc-Gaspard Itard beschrijft en behandelt Victor, een jongen met autisme die zijn hele leven alleen in het bos heeft gewoond.
  • 1841Charles Dickens

    De Britse schrijver Charles Dickens publiceert een roman met als hoofdpersoon Barnaby Rudge, een laagfunctionerend autistische man van 23.
  • 1887 Conan Doyle

    De Britse arts en schrijver Arthur Conan Doyle creëert Sherlock Holmes, een fictief personage met hoogfunctionerende autisme, gebaseerd op zijn professor, Joseph Bell.
  • 1905Sigmund Freud

    De Oostenrijkse neuroloog Sigmund Freud gebruikt de term "auto-erotismus" voor het rustgevend gedrag dat kinderen vertonen voordat ze zich bewust worden van hun omgeving. Hij ontleende de term aan de Britse arts Ellis Havelock, die schreef over "auto-erotism". Even als het de term autisme wordt ook de term narcisme van dit concept afgeleidt.
  • 1911Eugen Bleuler

    De term autisme wordt voor het eerst gebruikt door de Zwitserse psychiater Eugen Bleuler. Hij spreekt over "autismus" als een van de symptomen van schizofrenie bij volwassenen. Hij leidt de term af van Freud.
  • 1923Jean Piaget

    De Zwitserse cognitieve psycholoog Jean Piaget noemt de fase waarin het kind nog primair visueel waarneemt en nog niet verbaal-conceptueel kan denken "autistisch".
  • 1925Ernst Kretschmer

    De Duitse psychiater Ernst Kretschmer beschrijft volwassen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis, waarvan twee sterk lijken op de latere beschrijving van autisme door Hans Asperger.
  • 1926Ewa Ssucharewa

    De Russische kinderneuroloog Ewa Ssucharewa publiceert een gevalstudie over zes jongens, die volgens haar lijken op Kretschmer's schizoïde type. Leo Kanner ziet deze jongens als vroege gevallen van 'early infantile autism'.
  • 1936Ida Frye

    De Nederlandse non en onderwijzeres Ida Frye, werkzaam in een pedagogisch instituut voor kinderen met een beperking, krijgt voor het eerst te maken met een 4-jarig jongetje die ze 'Siem' noemt. Hij praat nauwelijks en vertoond afwijkend gedag, maar blijkt een normale intelligentie te hebben. In het jaarverslag van het instituut (1939-1940) worden kinderen zoals Siem voor het eerst 'autisten' genoemd als beschrijving voor een categorie kinderen met specifieke kenmerken.
  • 1938Hans Asperger

    De term autisme wordt voor het eerst gebruikt voor wat we nu autisten noemen door de Zwitsterse kinderarts Hans Asperger. Hij diagnosticeert, behandelt en publiceert over kinderen met een 'autistische psychopathie'. Hij ontleent de term aan Bleuler.
  • 1943Leo Kanner / Donal Triplett

    De Oostenrijks-Amerikaase kinderpsychiater Leo Kanner publiceert een klassiek geworden paper over 'aangeboren autistische verstoringen' bij kinderen. Hij ontleent de term autisme aan Bleuler, maar maakt ook duidelijk dat de stoornis die hij beschrijft een andere stoornis is dan schizofrenie. Het eerste geval dat hij beschrijft is de negenjarige jongen Donald Triplett.
  • 1947Samuel Mnukhin / Laura Bender

    In Rusland beschrijft de kinderpsychiater Samuel Mnukhin autisme onafhankelijk van Asperger en Kanner. In Amerika begint psychoanalyticus Laura Bender met het gebruik van de term 'kinderschizofrenie' in plaats van 'autisme', en term die wereldwijd tot in de jaren '70 gebruikt wordt.
  • 1949Bergman & Escalona / Asperger

    Bergman & Escalona beschrijven autisme voor het eerst als een sensorisch probleem: autisten zijn sensorisch gevoeliger en hun 'autistische gedrag' is bedoelt om zich te beschermen tegen overbelasting. Hans Asperger houdt tijdens het tweede internationale congres voor orthopedagogiek te Amsterdam een voordracht onder de titel 'Bild und Soziale Wertigkeit der Autistischen Psychopathen'.
  • 1951DSM-1

    De eerste editie van het diagnostisch handboek DSM verschijnt. Autisme is nog geen diagnostische categorie, maar onder de categorie "schizofrene reacties bij kinderen" wordt al wel verwezen naar autisme als symptoom. Kindren die met name "autisme" vertonen moeten hier geclassificeerd worden.
  • 1952Van Krevelen

    In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde publiceert de Nederlandse kinderpsychiater Dirk Arnold van Krevelen het artikel Een geval van 'Early Infantile Autism'. Hierin beschrijft hij 'een patiëntje van vier jaar met verschijnselen welke als twee druppels water op het door Kanner ontworpen beeld lijken'. Het patiëntje betreft een meisje en Van Krevelen vat haar aandoening samen als 'een vertraging van de persoonlijkheidsontwikkeling, waarin de gevoelsstoornis de centrale plaats inneemt'.
  • 1954Frits Grewel & Ida Frye

    Het boek Infantiel Autisme verschijnt als eerste Nederlandse boek over autisme. Kinderpsychiater Frits Grewel levert een bijdgra over 'de verschillende typen van infantiel autisme', waarmee hij voor het eerst in de Nederlandse literatuur het Asperger Syndroom beschrijft. De laatste bijdrage, over 'behandeling van kinderen met een autistisch toestandsbeeld', is van 'zuster Gaudia', zoals Ida Frye ook wel genoemd werd.
  • 1961Ivar Lovaas

    De Noors-Amerikaanse gedragstherapeut ontwikkelt ABA, een behandelmethode gericht op bevestiging van gewenst gedrag en ontmoediging van ongewenst autistisch gedrag, zoals zelfbeschadiging.
  • 1963NAS

    In 1962 richten in Engeland ouders die ontevreden zijn over de zorg voor hun autistische kinderen de National Autistic Society (NAS) op. Een jaar later introduceren zij het puzzelstukje als symbool voor autisme als 'onbegrijpbaar raadselachtige' (puzzeling) conditie.
  • 1964Bernard Rimland / Eric Schopper

    De Amerikaanse psycholoog Rimland publiceert het boek Infantile Autisme waarin hij het heeft over het 'Asperger Syndroom'. De psycholoog Eric Schopper ontwikkelt TEACCH, een behandelmethode gericht op betekenisgeving, zorgen dat de autist het begrijpt en je richten op zijn interesse.
  • 1967Bruno Bettelheim

    De Oostenrijks-Amerikaanse filosoof Bruno Bettelheim publiceert het boek The Empty Fortress, waarin hij zijn theorie van autisme als psychologische reactie op extreme situaties uiteenzet. In de jaren '80 was zijn boek in Amerika nog steeds vereiste literatuur.
  • 1968DSM-2

    In de tweede versie van de DSM wordt opnieuw naar autisme verwezen onder de classificatie "schizofrenie bij kinderen". Hier wordt gesproken van "autistisch gedrag" als teruggetrokken gedrag en van "ontwikkelingsdefecten", die kunnen resulteren in "verstandelijke achterlijkheid".
  • 1971Journal of Autism

    Leo Kanner publiceert de eerste uitgave van het vakblad Journal of Autism. In de eerste uitgave draagt meteen al een Nederlander bij, met een artikel over het Asperger Syndroom.
  • 1979Lorna Wing

    De Britse psychiater Lorna Wing, zelf moeder van een dochter met autisme, stelt het idee van autisme als een spectrum voor, om zo te kijken naar het profiel van het individuele kind, in plaats van naar het precieze label (autistische stoornis, Asperger Syndroom) dat het beste past.
  • 1978NVA

    De Nederlandse Vereniging voor Autisme wordt opgericht als een kleine oudervereniging, die door de jaren heen uitgroeit tot een brede belangenvereniging met 14.000 leden.
  • 1979Titelwijziging

    De titel van het Journal of Autism and Childhood Schizophrenia wordt door Eric Schoppler veranderd in Journal of Autism and Development Disorders.
  • 1980DSM-3

    De classificatie "schizofrenie bij kinderen" wordt vervangen door een nieuwe categorie, "pervasieve ontwikkelingsstoornissen". Onder deze categorie wordt (infantile) "autism" voor het eerst genoemd als classificatie, expliciet onderscheiden van schizofrenie en uitgewerkt in op emperisch onderzoek gebaseerde criteria, waaronder "gebrek aan response op andere mensen (autisme)". Wegens gebrek aan emperisch bewijs wordt het oorspronkelijke concept van autisme verwijderd als criterium voor "schizofrenie bij volwassenen"
  • 1981Lorna Wing

    De Britise arts Lorna Wing publiceert een artikel over Asperger Syndroom, wat in de Engelstalige wereld brede bekendheid geeft, zowel aan het Asperger Syndroom als aan autisme bij (hoogfunctionerende) volwassenen. DeMeyer introduceert de term Hoog Functionerend Autisme, waarbij lange tijd de vraag is of dit nu wel of niet hetzelfde is als Asperger Syndroom.
  • 1985Baron-Cohen

    De Britse PhD-kandidaat Simon Baron-Cohen introduceert de theory of mind hypothese van autisme in het artikel 'Hebben kinderen met autisme een 'theorie" van geestesgesteldheid?'.
  • 1987DSM-3-R

    De herziene derde editie van de DSM vervangt de term "infantile autism" door "autistic disorder" De criteria worden echter niet gewijzigd en blijven voornamelijk gericht op kinderen. Wel wordt voor het eerst onderscheid gemaakt tussen meer en minder beperkte kinderen. Ook worden de drie hoofdcriteria verder uitgewerkt in specifieke symptomen en voorbeelden.
  • 1991Frith / Berckelaer-Onnes

    De Duits-Britse cognitief psycholoog Uta Frith richt voor het eerst de aandacht op de cognitieve aspecten van autisme en introduceert de Central Coherence hypothese van autisme, waar Leo Kanner in 1944 al min of meer naar verwees. / In Nederland onstaat erkenning voor het wetenschappelijk onderzoek met de aanstelling van Ina van Berckelaer-Onnes als eerste hoogleraar Autisme aan de Rijksuniversiteit Leiden.
  • 1994DSM-4

    Vanwege groeiende aandacht voor autisme bij volwassenen en meisjes (die niet voldoen aan alle criteria voor wat dan de 'autistische stoornis' heet) neemt de vierde editie van de DSM Asperger Syndroom en PDD-NOS op als nieuwe classificaties onder de noemer "pervasieve ontwikkelingsstoornissen".
  • 2005Baron-Cohen

    De Britse psycholoog Simon Baron-Cohen introduceert de Extreme Male Brain hypothese. Hans Aspeger dacht ook al in deze richting. In Nederland wordt de hypothese overgenomen door Martine Delfos in het boek Een vreemde wereld.
  • 2007Markrams

    De van oorsprong Israëlische en Poolse neurowetenschappers Henry en Kamila Markram, zelf (stief)ouder van een jongen met autisme, introduceren de Intense World hypothese van autisme. Deze neurologische theorie wordt al snel populair in de autistische gemeenschap, omdat het goed aansluit bij hun ervaring.
  • 2013DSM-5

    Asperger Syndroom en PDD-NOS worden beide weer verwijderd uit de DSM, omdat er gebrek aan bewijs is voor het onderscheid tussen Asperger en autistische stoornis en omdat PDD-NOS (wat bedoeld was als restcategorie) uiteindelijk het vaakst gediagnosticeerd werd. Alle autistische stoornissen worden nu onder de nieuwe classificatie 'Autisme Spectrum Stoornis' geplaatst. Sensorische over- en ondergevoeligheid wordt voor het eerst erkend als criterium.

Send this to a friend

Hoi, dit ken je de website Tijdlijn? Deze pagina lijkt me interessant voor jou: https://www.autismevriendelijknederland.nl/overzicht/tijdlijn/