Diagnostische benadering
25 maart 2017
Systeembenadering
31 maart 2017

Functionele benadering

Belang

 
De functionele benadering van autisme kan worden afgeleid van de benadering die veelal gehanteerd word bij het diagnosticeren en behandelen van andere hersenaandoeningen, zoals traumatisch hersenletsel, epilepsie en de ziekte van Parkinson. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar gedrag en symptomen, maar ook naar onderliggende cognitieve disfuncties en resulterende functionele beperkingen.
 

Autismepaspoort

 
Naam benadering functionele benadering
Vertegenwoordiger Herman van Praag
Beroep psychiater en neurowetenschapper
Instelling Universiteit van Maastricht
Nationaliteit Nederland
Toepassing Intense Wereld, Synaptische Snoei, Experiëntële Vermijding
Tegenstanders diagnostische benadering
 

Uitgangspunten

1
Van steeds meer symptomen van autisme blijkt dat niet autisme, maar een andere, bijkomende stoornis verantwoordelijk is voor de symptomen, zoals een taalontwikkelingsstoornis voor letterlijkheid in het taalgebruik en alexithymia voor emotieblindheid.
2
De diagnostische criteria van autisme zijn tot in DSM-4 sterk gedefinieerd in termen van bij kinderen observeerbaar gedrag, zonder enige verwijzing naar onderliggende neurobiologische disfuncties. Verhoogde of verlaagde prikkelgevoeligheid is pas in DSM-5 een diagnostisch criterium geworden en verlaagde afleidbaarheid is nog steeds geen duidelijk en apart benoemd criteria, terwijl beide vanaf het begin van de geschiedenis van autisme onderdeel zijn geweest van de beschrijving ervan.
3
Bovenstaande problemen illustreren de tekortkomingen van het categoriale model van psychische stoornissen, waarin verondersteld wordt dat psychische stoornissen helder geclassificeerd kunnen worden op basis van observeerbaar gedrag, ernst en beloop, zonder verwijzing naar subjectieve ervaringen of neurobiologische disfuncties.
4
In plaats van autisme kan beter gesproken worden van de algemene classificatie "aangeboren hersenaandoening" of "neurobiologische ontwikkelingsstoornissen", waarbij per geval beoordeeld wordt of en in welke mate er sprake is van stoornissen op het gebied van aandacht, verwerking, emotie, mentalisatie, taal, motorische activiteit of intelligentie.
5
In de klinische praktijk moet de omgang met dergelijke stoornissen verder gaan dan alleen het vaststellen van de categorie ('heeft ASS'). Er moet een dimensionale benadering worden gehanteerd, waarbij psychopathologische symptomen, onderliggende neurocognitieve disfuncties en resulterende functionele beperkingen onafhankelijk van elkaar beoordeeld en vastgesteld worden en waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen primaire en secundaire symptomen, disfuncties en beperkingen.
6
In de behandeling moet integraal worden gewerkt, waarbij aandacht is voor (1) vermindering van secundaire symptomen, zoals angstigheid, depressie of rigiditeit, (2) bevordering van ontwikkeling op gebieden waarin secundaire en dus in te halen ontwikkelingsachterstanden zijn ontstaan, zoals emotieregulatie of mentalisatie (3) vermindering van secundaire en dus niet per definitie blijvende sociale en maatschappelijke beperkingen, zoals sociale isolatie of werkloosheid, en (4) het leren omgaan met primaire, blijvende symptomen, disfuncties en beperkingen, zoals over- of ondergevoeligheid voor bepaalde prikkels.

Ontwikkeling

  • 1987Van Praag e.a.

    In het artikel Denosologization of biological psychiatry or the specificity of 5-HT disturbances in psychiatric disorders wijst Van Praag de stelling af dat verstoringen in de neurotransmitter 5-HT niet-specifiek zijn. Volgens Van Praag is dit alleen het geval wanneer men kijkt vanuit een categoriaal perspectief, waarin psychische stoornissen op basis van symptomen en ernst geclassificeerd worden in duidelijk van elkaar te onderscheiden ziekte-eenheden. Vanuit een dimensionaal perspectief, waarin patiënten worden ingedeeld op basis van specifieke dimensies, blijkt dat 5-HT verstoringen zich in allerlei verschillende psychische stoornissen voordoen. Onderzoek naar 5-HT illustreert daarom het belang van de functionele benadering van psychische stoornissen.
  • 1988Krueger e.a.

    In een levensloopstudie naar de structuur en stabiliteit van veel voorkomende mentale stoornissen concluderen Nieuw-Zeelandse onderzoekers dat een twee-factoren model van internaliserende vs. externaliserende stoornissen beter aansluit bij de werkelijkheid dan de categoriale benadering van de DSM. Pogingen om nader onderscheid te maken binnen deze twee factoren mislukten. Dit suggereert dat de stoornissen bepaalde onderliggende psychopathalogische processen gemeen hebben.
  • 1999Van Praag

    In het essay Nosologomanie: een aandoening van de psychiatrie stelt Van Praag dat de diagnostische constructen die in de DSM worden onderscheiden onvoldoende ‘gedragen’ worden door een eenduidig, goed te definiëren cerebraal substraat (biologische oorzaak), waardoor onderzoek naar de prevalentie, incidentie of behandeling van psychische stoornissen moeilijk valide resultaten op kan leveren, hoe verfijnd de methodologie van het onderzoek ook mag zijn. Ook wordt te weinig aandacht gegeven aan de rol van individuele levensgebeurtenissen in het verklaren van de stoornis.
  • 2000Widiger & Clark

    In het artikel Toward DSM-V and the classification of psychopathology geven de Amerikaanse klinisch psychologen Thomas Widiger en Lee Anna Clark een overzicht van stoornissen waarvan is aangetoond dat de afname van symptomen typisch een tijdelijk fenomeen is. Bij o.a. schizofrenie, stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, paniekstoornis, obsessief-compulsieve stoornis en middelenmisbruik treedt bij de meeste patiënten wel verbetering op na behandeling, maar geen volledig en blijvend herstel. De huidige praktijk resulteert er echter in dat personen die tijdelijk onder een arbitrair bepaalde drempelwaarde vallen niet worden meegeteld in de statistieken.

Vertegenwoordiger

Herman van Praag (1929) is een Nederlandse psychiater en neurowetenschapper die tijdens zijn werkzame leven als onderzoeker en hoogleraar psychiatrie verbonden was aan de Universiteit van Maastricht.

"Gestoord gedrag kan alleen verklaard worden als je de hersenen bestudeert, in samenhang met de psychologische ontwikkeling en de sociale context van de patiënt," zegt Van Praag in een interview.

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
In autismevriendelijk Nederland wordt niet volstaan met het indelen van mensen met autisme in een diagnostische classificatie, maar wordt nauwkeurig onderzocht welke cognitieve functies gestoord en welke intact zijn. Tevens wordt gekeken welke beperkingen in het dagelijks functioneren dit met zich mee brengt.
 

Comments are closed.

Send this to a friend

Hoi, dit ken je de website Functionele benadering? Deze pagina lijkt me interessant voor jou: https://www.autismevriendelijknederland.nl/benaderingen/autisme-als-multi-dimensionale-disfunctie/