Sociale vaardigheidstraining
2 juli 2017
Dialectische gedragstherapie
10 juli 2017

Gedragstherapie (exposure)

Belang

 
"Blootstelling" (exposure) of "desensitisatie" is een techniek gericht op het herstellen van gezond gedrag. De techniek wordt toegepast in de (cognitieve) gedragstherapie, maar maakt ook onderdeel uit van EMDR, emotiegerichte therapie en ervaringsgerichte therapie. Voor volwassenen met autisme wordt het onder anderen toegepast in geval van een angst, posttraumatische stress, dwang, verslaving, agressie, eetbuien of parafilie.
 

Autismepaspoort

 
Naam behandeling Gedragstherapie (conditioneringstherapie, systematische desensitisatietherapie, exposure therapie)
Auteurs Joseph Wolpe / Hans Eysenck
Beroep psychiater / psycholoog
Instelling Temple University / Institute of Psychiatry, King's College London
Nationaliteit Amerika / Groot Brittannië
 

Kenmerken

1
Desensitisatietherapie is een kortdurende behandeling van vijf tot tien bijeenkomsten. Het is gericht op het afleren van ongewenste reacties, zoals flauwvallen bij het zien van bloed, thuisblijven omdat je bang bent voor een paniekaanval, heel veel gaan eten of alcohol gaan drinken omdat je je naar voelt, gaan huilen terwijl je boos bent of steeds overspoelt raken door allerlei emoties wanneer je steun nodig hebt.
2
Samen met je therapeut onderzoek je welk gedrag er bij jou verstoord is en in wat voor situaties dat gebeurd. Dit kan bijvoorbeeld door een huiswerkoprdracht, waarin je de opdracht krijgt om bij te houden in wat voor situaties de ongewenste reactie zich voordoet en hoe sterk de reactie dan is op een schaal van 1 tot 10.
3
In de volgende fase wordt je bewust blootgesteld aan de situatie die angst op roept. Dat kan in het echt gebeuren, maar ook in je verbeelding of in een virtuele werkelijkheid. Vaak leer je in de therapie om met situaties om te gaan die veel moeilijker zijn dan de situaties die je in je dagelijks leven tegen komt.
4
De blootstelling gebeurd vaak geleidelijk, waarbij de oefening steeds moeilijker wordt of steeds langer duurt. De bedoeling van de oefening is om de blootstelling net zo lang vol te houden totdat de ongewenste ervaring (angst, dwang, spanning, trek) gedaald is.
5
Tijdens de oefeningen is het ook de bedoeling dat je het ongewenste gedrag niet uitvoert. Je mag bijvoorbeeld de koekjes die voor je liggen niet opeten of je moet proberen om je neiging om te gaan huilen te beheersen en in contact te blijven met je boosheid.
6
De behandeling kan worden afgerond wanneer je de voorheen moeilijke situaties nu kan doorstaan zonder de ongewenste reactie te vertonen.

Ontwikkeling

  • 1896Freud

    De Oostenrijkse psychiater Sigmund Freud introduceert de "psychoanalyse" als benadering van psychotherapie waarin de therapeut de cliënt helpt om inzicht te ontwikkelen in de rol van onderdrukte drijfveren en herinneringen uit de kindertijd in de psychische problemen van "neurotische" patiënten. De benadering is gebaseerd op klinische observaties en richt zich op het onbewuste, waarbij symptomen worden gezien als afweer tegen onbewuste drijfveren en innerlijke conflicten.
  • 1905Sherrington

    In het artikel On Reciprocal Innervation of Antagonistic Muscles introduceert de Britse neurofysioloog Charles Sherrington het principe van wederkerige remming, dat tijdens het activeren van een bepaalde spier de activatie van de tegenovergestelde spier actief wordt geremd door het centrale zenuwstelsel.
  • 1952Esyenck

    In een review van literatuur over de effectiviteit van psychotherapie in het behandelen van neurotische patiënten concludeert de Duitse psycholoog Hans Eysenck dat de cijfers niet in staat zijn om de hypothese dat psychotherapie effectief is te ondersteunen. Daarom moet er meer en beter onderzoek worden gedaan. Volgens Eysenck moet de functie en (postdoctorale) training van de klinisch psycholoog zich juist hier op richten, op diagnostiek en onderzoekontwerp, niet op het geven van therapie.
  • 1954Wolpe

    In het artikel Reciprocal Inhibition as the Main Basis of Psychotherapeutic Effects stelt de Zuid-Afrikaanse psychiater Wolpe dat therapeutische effecten bij neurotische patiënten vrijwel altijd het gevolg zijn van Sherrington's principe van "wederkerige remming". Hiermee bedoelt hij de volledige uitdoving of gedeeltelijke afzwakking van de angstreactie als gevolg van het gelijktijdige en herhaaldelijk oproepen van anderen reacties die tegenstrijdig zijn aan angst. Wederkerige remming doet zich niet alleen voor in gedragstherapie, wanneer patiënten leren zich te ontspannen wanneer ze angstig zijn. Het is ook dit principe dat zorgt voor het effect an gesprekstherapie, waarin interactie met een therapeut positieve gevoelens bij de patiënt oproept, die zijn of haar negatieve gevoelens remmen.
  • 1959Esyenck

    In het boek Learning theory and behavior therapy bekritiseert Eysenck psychoanalyse als een niet-effectieve en niet op een wetenschappelijke theorie gebaseerde behandelmethode voor neurosis en stelt hij een paradigmaverschuiving voor van de Freudiaanse psychoanalyse naar de Pavloviaanse conditionering en gedragstherapie. Volgens Eysenck is de gedagstherapie wel gebaseerd op experimentele studies en een consistente, duidelijk geformuleerde theorie die tot toetsbare hypothese leidt. Het ziet symptomen als niet-adaptieve reacties die ontstaan door conditionering en behandeld kunnen worden door de niet-adaptieve reacties af te leren. Daarvoor zijn interpretatie van de betekenis van de symptomen en aandacht voor hun ontstaan in het verleden niet relevant. In de behandeling kan de therapeutische relatie soms nuttig zijn, maar deze is niet essentieel.
  • 1960Wolpe

    In een artikel bekritiseert Wolpe de analyse die Freud maakt van kleine Hans, een vijfjarig jongetje met een fobie voor paarden. Volgens Wolpe is het gebaseerd op een verkeerde theorie over hoe fobieën ontstaan. In andere artikelen stelt Wolpe hetzelfde op basis van drie gevallen van seksueel afwijkend gedrag en 250 neurotische patiënten.
  • 1961Wolpe

    In het artikel The Systematic Desensitization Treatment of Neuroses stelt Wolpe dat angststoornissen het gevolg zijn van het aanleren van niet-adaptief gedrag en dat het behandelen ervan een kwestie is van het afleren van dit gedrag. Dit kan door wat Wolpe "systematische desensistatie" noemt, het geleidelijk verzwakken van de angstige reactie op een bepaalde prikkel zodat het uiteindelijk helemaal verdwijnt.

Ervaringen van autisten

Ik heb traumaklachten en bij mij zorgde exposure er alleen maar voor dat ik hard achteruit ging en opgenomen werd in het ziekenhuis. Niet zo'n succes dus.
Vanmiddag heb ik in het park gelopen zonder te blaffen, terwijl er verschillende honden blaften. Dat klinkt misschien normaal, maar voor mij was het een hele overwinning. Ik kon het vroeger niet inhouden om te blaffen als honden blaffen. Daarom volg ik gedragstherapie. Ik hoop dat ik straks honden kan horen blaffen en gewoon ontspannen door het park kan lopen.
Mijn psychiater heeft me gedragstherapie aanbevolen, omdat hij dacht dat mijn leven daar gemakkelijker van zou worden, maar helaas pakte het verkeerd uit. Ik hoefde geen oefeningen te doen waar de psycholoog bij was. Alles kon in mijn eigen omgeving doen. Ik deed de dingen die we hadden afgesproken en confronteerde mezelf steeds met situaties die moeilijk voor me zijn. Maar ze werden er niet makkelijker op. Ik raakte overprikkeld, uitgeput en werd heel onrustig.
Ik heb een sociale angststoornis en werk met exposure therapie. Ik doe het op mijn eigen initiatief, nadat ik er over gelezen had. Mijn therapeut is niet zo hands on, dus ik heb haar advies gegeven over hoe ze me moest behandelen. Ik heb haar ertoe aangezet om me huiswerk te geven, waarbij ik mezelf blootstel aan de minst angstige situatie totdat ik me er comfortabel bij voel, waarna ik dan verder ga naar het volgende niveau. Het lijkt te werken. Ik ben nu op 20%.
Ik ben op kennismaking geweest voor gedragstherapie en de therapeut zei "dan gaan we hier oefenen". Het idee dat ik samen met haar wat moet doen beangstigt me, alleen samen door de gang naar haar kamer lopen vindt ik al moeilijk. Ik voel me (nog?) lang niet om mijn gemak bij haar.
Ik heb een hekel aan een natte huid. Ik gebruik olie, vet of wax, omdat deze stoffen als beschermlaag dienen en zorgen dat de huid zelf niet nat wordt. Ik heb exposure therapie geprobeerd, waarbij ik een natte vochtinbrengende crème op mijn droge huid moest smeren. Het was vreselijk en dat bleef het.
Ik heb exposure therapie gevolgd voor mijn reisangst. Het werkte alleen niet, omdat het reizen op zichzelf niet het probleem is. Het probleem is dat ik mezelf niet kan zijn als ik niet thuis ben en dat er dan niemand is om me te helpen om misverstanden uit de weg te ruimen. Voor andere fobieën die ik had is het wel succesvol geweest.
Ik had een compulsief-obessieve stoornis, waardoor ik jarenlang pleinvrees had. Ik ben er van af gekomen door exposure therapie. We gingen bijvoorbeeld op mijn bed springen, zodat het helemaal in de war kwam en dan mocht ik het niet weer zo netjes leggen als van mezelf moest.

Betekenis voor autismevriendelijk Nederland

 
In autismevriendelijk Nederland wordt extra aandacht besteed aan de probleemanalyse en de therapeutische relatie voordat exposure therapie wordt toepast bij mensen met autisme. Zo wordt voorkomen dat autisten worden blootgesteld aan onplezierige of ronduit pijnlijke situaties zonder dat er veel kans bestaat op verbetering.
 

Comments are closed.

Send this to a friend

Hoi, dit ken je de website Gedragstherapie (exposure)? Deze pagina lijkt me interessant voor jou: https://www.autismevriendelijknederland.nl/behandelingen/gedragstherapie/